De jonge Zverev versloeg Alex de Minaur in de kwartfinale, in Shanghai. Na afloop vroeg men hem waarom hij de bal liet stuiteren.
Hij antwoordde beleefd. „Al dat gestuiter voor ik serveer? Het is een nutteloze gewoonte, ik moet mezelf corrigeren. Als wat ik doe iemand kan afleiden, wil ik niet zo doorgaan.” Hij denkt eerst aan de ander, dan pas aan zichzelf. Dat wordt te weinig gezegd.
In New York nam hij blijkbaar soms tien tot vijftien seconden extra tussen zijn twee opslagen. Sommige waarnemers ergerden zich eraan, zegt het artikel. Ik zie ze zitten, mooi rechtop, wachtend op de bal.
Mijn man, God hebbe zijn ziel, tikte drie keer tegen de deurpost van de garage voor hij naar binnen ging. Elke avond, jarenlang. Niemand heeft hem ooit gevraagd waarom. De garage klaagde nooit, de deur ook niet. En niemand in Couvin telde de seconden achter hem.
De jongeman geeft zichzelf enkele maanden om te veranderen. Dat is redelijk. Een gewoonte verlies je niet op een dinsdag, je laat ze gaan, zoals je een kat laat gaan die een ander huis heeft gevonden. Hij zal serveren met twee keer stuiteren, of één keer, of zoveel hij wil.
Padel, zegt men me, serveer je van onderen. Een misverstand met ruiten, dat verandert niets aan de zaak.
Hij noemt het zelf een slechte gewoonte. Wie de seconden telde, zwijgt over de zijne.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.







