Het is heel simpel. Carlos Alcaraz speelt een kwartfinale tegen Taylor Fritz in Paris-Bercy, en tijdens zijn warming-up, op de baan, speelt hij wat golf. Geïmproviseerd. Hij zei: „Ze hebben me niet naar de golfbaan laten gaan, dus heb ik golf naar het tennisveld moeten brengen!”
Ik had het in januari al gezegd. Niet golf precies, maar de geest: een ontspannen kampioen voor een kwartfinale is een kampioen die wint. In negentig procent van de gevallen, en ik ben nog vriendelijk.
Ik, in Kitzbühel, in ’92, voor mijn match tegen een toekomstige top 10, had ik hetzelfde gedaan. Met een club. Eigenlijk met een racket dat ik omgekeerd vasthield, het is hetzelfde gebaar. Ik sloeg een bal tot op de parking. Niemand heeft me ooit gefilmd, natuurlijk, ze filmen alleen de anderen.
We Love Tennis meldt dat Alcaraz een echte passie voor golf heeft, net als Rafael Nadal. Het is exact wat ik al jaren zeg, niemand luistert naar me: golf is de school van de backhand. Het gebaar is met één hand, hè. De enige echte.
Ik heb het erover gehad met Céline, die de brutaliteit had om te antwoorden.
Jean-Pol, in de Léopold heb je de neon van terrein 2 kapotgeslagen toen je ‚het zoals in golf wilde doen’. Dat was in 2019, niet in ’92.
Let op, ik zeg niet het tegenovergestelde van wat ik gezegd heb. Ik verduidelijk: in Kitzbühel was er geen neon.
En ik verduidelijk ook voor de match. Als Alcaraz wint, is het de golf. Als hij verliest, is het omdat Fritz, die zijn kwalificatie voor de Masters speelt, meer te spelen had. Allebei had ik ze zien aankomen. Oké?
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.






