Op de US Open waren 100 influencers en contentmakers geaccrediteerd. Een groep nam een fotoshoot op tijdens een wedstrijd van Naomi Osaka. De wedstrijd werd verstoord. Ik ken dat. Niet de honderd influencers, maar het principe.
Richard Atkinson, interim-directeur van Wimbledon, zei op Leaders Week London: „Wij hebben geen categorie geaccrediteerden die influencers heet.” Hij grapte dat de Royal Marine Commandos van de beveiliging „niets liever” zouden doen dan er een te „afhandelen”. Hij verdedigt de zelfregulering: toeschouwers respecteren de actie.
Bij ons op de club hebben we zelfregulering. Of we hadden het. Zondag in het dubbel serveer ik bij 4-5, en de man van mijn partner filmt voor zijn story. Zijn GSM hangt een meter van het net. Ik sla een dubbele fout. De mensen oordelen over de dubbele fout. Wat ik zie, is een brandend scherm in mijn zone.
Atkinson noemt influencers „cruciaal” voor de marketing en vindt een volledig verbod „absurd”. Polo Ralph Lauren krijgt de zijne, strak begeleid. Onze sponsor is de frituur ernaast. Die heeft geen influencer. Die geeft een gratis puntzak friet als we winnen, en dat motiveert meer.
En geen ring lights voor toeschouwers. Die regel keur ik goed. Op terrein 4, onder de neonbuis, en nog een lamp in de as: dan zie ik de bal helemaal niet meer.
De meneer met de telefoon was de echtgenoot. Je kiest niet altijd.
Coco Gauff, nummer vier van de wereld, wil een „nieuw publiek” verwelkomen en zei: „Ik denk dat het gewoon dit is: volg de etiquette van de sport. Dat is alles.” Ik print het uit voor mijn farde. De man van mijn partner leest het wel, op twee wedstrijden na, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BBC Sport.






