Het is heel simpel. Zizou Bergs heeft Carlos Alcaraz verslagen in de derde ronde van de Masters 1000 van Shanghai. Ik had het in januari al gezegd. Niet Shanghai, niet de derde ronde, maar de geest zat erin: een Belg, ooit, ergens, tegen iemand.
Na de match zei Alcaraz: “Ik wil geen excuses zoeken, maar ik vond de spelomstandigheden veel trager dan in de eerste ronde en op training. De ballen leken groter.” De ballen groter. Dat is exact wat ik al jaren zeg, niemand luistert naar mij. Ik, in Kitzbühel, in ’92, tegen een toekomstige top 10, was de bal in de tweede set dubbel zo groot geworden. Of in de derde. Enfin, hij was gegroeid, dat is de hoofdzaak.
Let op, ik zeg niet het tegenovergestelde van wat ik gezegd heb. Ik verduidelijk. In maart heb ik bij de Léopold aan mijn interclubploeg uitgelegd dat de bal niet telt, dat alleen de arm telt. Dat blijft waar. Behalve als hij groter wordt. In negentig procent van de gevallen, en ik ben nog mild, wordt de bal groter voor wie verliest.
Benoît Maylin heeft de match “pover van zijn kant” genoemd en vier winners geteld. Hij gaf ook toe dat Bergs heel goed had gespeeld. Daarin ben ik het met hem eens, maar ik was het al eerder eens dan hij, hè. En hij bracht in herinnering dat Alcaraz Tokio had gewonnen voor hij in Shanghai aankwam. Tokio had ik ook zien aankomen. Ça va?
Jean-Pol, in maart gaf je je snaren de schuld. Ik heb het genoteerd in mijn map.
Mijn snaren hebben er niets mee te maken. Bergs heeft heel goed gespeeld. Maar met een normale bal moest je het nog zien. Ik heb mijn drie bussen ballen van de Léopold in de frigo gelegd, voor het geval het in België ook opzwelt.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.





