De jonge Rafael Jodar versloeg zaterdag Daniil Medvedev in Shanghai. Zondag speelt hij de finale tegen Alejandro Davidovich Fokina, net als hij een Spanjaard. In januari was hij 165e. Maandag is hij minstens 11e. Dit jaar won hij ook in Marrakech en speelde hij een finale in Washington. Het ging wel.
Na de match zei hij dat ze een paar keer samen hadden getraind, dat trainen en een wedstrijd spelen niet hetzelfde is, en dat hij zijn best zal moeten doen.
Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk. Bij ons, in Couvin, whistte mijn tante altijd met dezelfde buurvrouw, altijd in hetzelfde team. Eén keer per jaar, op de whistdrive van de parochie, zette de loting hen tegenover elkaar. Ze spraken de hele avond niet met elkaar. De dag erna dronken ze weer koffie alsof er niets gebeurd was, en niemand vroeg wie gewonnen had.
Die jongen heeft het heel goed uitgelegd. Het is niet hetzelfde spel, en dat weet hij. Hij is beleefd tegenover zijn tegenstander, hij zegt dat die op dit moment heel goed speelt. Hij belooft niets. Mijn tante beloofde ook niets, zij schudde de kaarten.
Niemand bij ons zou een microfoon onder de neus van de buurvrouw hebben gehouden.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.






