Lorenzo Musetti klopte Luca Van Assche in Lyon, 7-6 (5), 6-7 (7), 6-4, in de kwartfinale. Drie uur drieëndertig. Einde om 1u17 ’s nachts. Volgens de bron zijn langste match ooit met twee winnende sets. Ik heb ernaar gekeken zoals je naar een collega kijkt.
Want late avonden, die ken ik. Op dinsdagavond, als terrein 4 vrij is, dus nooit, eindigen we soms om tien voor elf, en de bubbel huren we per uur, dus de derde set speel je ook tegen de teller. Het niveau in de interclub is enorm gestegen, de mensen beseffen dat niet, en late vermoeidheid, daar leer je mee omgaan.
Wat me tactisch interesseerde, was de wissel van kant. Musetti ging naar de supervisor om zijn telefoon te mogen gebruiken. Hij had om 1 uur een alarm staan voor een antidopingtest. Zijn zin, overgenomen door We Love Tennis: „Ik heb een antidopingalarm ingesteld op 1 uur ’s nachts.” Dat is beheer van schema’s. Hij denkt aan de match, hij denkt aan erna, hij verwittigt de official. Ik, zondag: mijn gsm trilde drie keer tijdens mijn servicegames en ik heb niemand verwittigd. Resultaat: dubbele fout bij de derde trilling. Ik wijt het aan de bespanning, maar het is een geheel.
De tiebreak van de tweede set, verloren, is het moment waarop je alles kunt laten vallen. Hij laat niet vallen. Die zesde set… nee, de derde. Ik haal het door elkaar, bij mij is het ook laat.
Domme vraag, maar als de match tot 2 uur had geduurd, was er dan een tweede alarm nodig?
In de halve finale treft hij zijn goede vriend Flavio Cobolli. Tegen een vriend spelen, dat ken ik ook: in gemengd dubbel stond ik tegenover mijn vaste partner, en we hebben geen woord gewisseld tot aan de kantine.
Om 1u17 eindigen en winnen, die bal, die maak ik. Niet altijd, maar ik maak hem. Op twee trainingen na, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.






