Het is heel simpel. Arthur Fils heeft vrijdagavond in Brussel Alex Michelsen verslagen, hij staat in de halve finale, en Justine Henin zat vlak achter zijn bank. Hij zag haar niet.
Het was Cristel Joiris, van de podcast „Jeu, Set & Podcast”, die het hem na de match vertelde, met de woorden dat Victor, de zoon van Justine Henin, een grote fan van hem was. Hij antwoordde dat hij haar niet had gezien, dat hij geconcentreerd was. Zij merkte op dat ze moeilijk te missen was. Hij verontschuldigde zich bijna, lachend.
Ik, in Kitzbühel, in ’92, zat er iemand heel bekends achter mijn bank. Ik zag hem ook niet. Ik weet trouwens nog altijd niet wie het was, wat de kwaliteit van mijn concentratie bewijst. In negentig procent van de gevallen, en ik ben nog vriendelijk, verliest de speler die naar de tribune kijkt de match.
Fils zei dat het hem veel plezier zou doen als Justine Henin hem wilde komen ontmoeten. Dat is mooi, maar. Je laat Justine Henin toch niet de weg afleggen, hè. Je staat op, je draait je om. Ik zeg het al jaren tegen de jongeren van Léopold, men luistert niet naar me.
Let op, ik zeg niet het tegenovergestelde van wat ik gezegd heb. Ik verduidelijk. Tijdens de match moet je niets zien, en erna alles.
Domme vraag, maar als niemand in Kitzbühel die persoon heeft gezien, hoe weet men dan dat ze er was?
Ik heb Maxime uitgelegd dat het vanzelfsprekend was. Hij heeft het genoteerd zonder iets te zeggen.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.




