Het is heel simpel. Zheng Qinwen versloeg Mirra Andreeva met 7-5, 6-4 in de finale in Peking, en ze deed het met 38 % eerste services. Achtendertig. Ik heb het cijfer drie keer herlezen in mijn zetel, in Ukkel, de afstandsbediening op de armleuning, om na te gaan of Sporza me niet citeerde. Ze citeerde me niet. Dat verandert niets.
Want de eerste service is overroepen, dat zeg ik al jaren, men luistert niet naar mij. In negentig procent van de gevallen, en ik ben nog vriendelijk, valt degene die te goed serveert in slaap. Zheng bleef wakker. Bij 4-5 achter in de eerste set redde ze drie setpunten, en daarna won ze de laatste elf punten van de set. Elf. Ik, in Kitzbühel, in ’92, tegen een toekomstige top 10, heb er negen op rij gewonnen. Of twaalf. De omstandigheden waren anders, er stond wind, hè.
Let op, ik zeg niet het tegenovergestelde van wat ik gezegd heb. Zaterdag had ik Elise Mertens in de finale aangekondigd. Zheng versloeg haar in de halve finale. Ik verduidelijk dus: ik had aangekondigd dat de winnares van die halve finale tot het einde zou gaan. De geest was er.
Ze was bij de start van het toernooi 54e van de wereld, met een wildcard van de organisatie. Maandag is ze 23e volgens We Love Tennis. Zesde titel van haar carrière, eerste in een WTA 1000, eerste Chinese die Peking wint sinds 2004. Ik had het in januari al gezegd. Niet met die woorden, niet met die naam, maar ik had het gezegd.
Andreeva, 19, verliest haar eerste finale sinds Roland Garros in juni, maar is maandag 3e van de wereld, haar beste ranking ooit. Mooie week, maar ze had minder goed moeten serveren.
Achtendertig procent, dat is mijn zondag. Het verschil is de bespanning.
Ze besloot met een ace, na de break bij 4-4. Een ace met 38 % eerste services. Precies wat ik zei. Ça va?
Het klopt, we hebben het nagekeken: Tennis Actu.





