3u33 ’s nachts voor het einde van Shelton-Alcaraz op de US Open. Het toernooi reeg de eindeloze avondsessies aan elkaar, L’Équipe spreekt van « nocturnes à rallonge », en de vraag is simpel: bestaat er een remedie tegen die « grote nachtelijke bazaar »?
Cédric, onze C30.4 (een klassement waar je vrijdagavond nog van droomt), heeft dat allemaal gelezen met de rust van iemand die het al heeft meegemaakt. Niet in New York, natuurlijk. Vijftien kilometer van bij hem, op een zondag in mei, in tweede provinciale.
Eindigen om 3u33, eerlijk, dat schokt me niet. Bij ons is het beslissende dubbel een keer om 22u10 begonnen omdat de enkels waren uitgelopen. De concierge zei dat hij om middernacht sloot. We hebben in het donker geëindigd, met de neon van terrein 4 die één keer per drie seconden flikkert. Alcaraz heeft verlichting, hè. Op twee trainingen na, en met dat licht van ons, hè.
Wat hem in dit verhaal bezighoudt, is niet het institutionele debat. Het is wat je lichaam daarna doet. Hij legt uit dat een match die heel laat eindigt, niet te recupereren valt, dat de intenties de dag erna niet meer dezelfde zijn, dat de schema’s in de derde game instorten. Taal van een fysiektrainer, toegepast op een maandag op het bureau.
Zijn andere opmerking is beter verdedigbaar: op dat uur eet niemand nog behoorlijk. Hijzelf had een droge wafel uit de automaat van het clubhuis en een halve fles plat water. Hij heeft er het nog over.
Het is heel simpel: die late matchen, ik had het in januari al gezegd. Ik, in Kitzbühel, in ’92, wij hebben ook heel laat gespeeld. Bon, er was minder publiek, en het was in de namiddag, maar de geest was er.
De discussie over de programmatie van de avondsessies blijft open. De neon van terrein 4 is nooit hersteld.
Het klopt, we hebben het nagekeken: L'Équipe.



