Alexander Bublik speelde in september de Laver Cup in Londen, in Team World. Ze verloren. Aan Championat zei hij, naast het toernooi van Almaty, dat de twee teams elkaar daar passeerden zonder te praten. Voor hij vertrok had hij het toernooi bekritiseerd. Nu vindt hij het „absoluut prachtig”.
Hij zegt dat hij met Andre Agassi en Pat Rafter gesproken heeft. En dat Taylor Fritz hem coachte als hij speelde. Die jongen is dus niet alleen gelaten, en dat stelt me gerust.
Twee weken later speelde hij tegen Brandon Nakashima. Hij zei hem dat ze al alles van elkaar wisten.
Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk. In Couvin liepen mijn tante en de buurvrouw dertig jaar lang over het plein zonder een woord te wisselen. Iets met een haag. Elke zondag in de mis zaten ze twee banken uit elkaar. Mijn tante wist wat de buurvrouw in haar rijsttaart deed, hoe laat ze de hond uitliet, hoe vaak ze haar luiken had geschilderd. De buurvrouw wist hetzelfde. Ze hadden nooit met elkaar gesproken. Het is niet nodig.
Tegenwoordig noemt men dat een zeer sportieve sfeer. De haag heeft in elk geval nog nooit iets gewonnen.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.





