Stan Wawrinka verloor in de eerste ronde van de ATP 500 van Bazel van Jiri Lehecka, nummer 21 van de wereld, na 1u55. Het was zijn laatste wedstrijd. Hij is 41. Op zijn laatste persconferentie zei hij: „Natuurlijk zijn er tranen en morgen (woensdag) wordt het een kater, maar niet per se door de alcohol, eerder door het verdriet.”
Domme vraag, maar kun je een kater hebben zonder iets te drinken? Ik dacht altijd dat een kater een gevolg was, geen voorspelling. Hij kondigt hem de dag voordien aan, als een weerbericht. Woensdag: bewolkt, verdriet.
Ik heb het nagekeken, en eigenlijk weet niemand het. Of toch, ik wist het niet. Dus heb ik getest. Dinsdagavond, in mijn kot in Louvain-la-Neuve, keek ik naar de samenvatting van zijn afscheid, met een glas kraantjeswater erbij. Woensdag: trein van 7.32 uur. Ik heb mezelf geobserveerd. Een beetje zware ogen, maar dat heb je vaak op die lijn. Niets wat op een echte kater lijkt. Misschien moet je tot je 41e hebben gespeeld om dat te laten werken.
Hij zei ook: „Het boek moet je op een bepaald moment sluiten, maar als atleet weet je dat dat ooit gaat gebeuren.” Dat begrijp ik beter. Mijn stage heeft ook een einddatum. Ik denk niet dat ik een kater krijg. Misschien een afscheidsdrankje aan de koffieautomaat.
De kater van verdriet heb ik uitgevonden in Kitzbühel, in ’92. Ik heb er nooit krediet voor gekregen.
Wat me opvalt: hij zei „een beetje van slag” te zijn, maar ook „heel gelukkig”. Allebei tegelijk. Niemand op de redactie vond dat vreemd. Ik vond het heel normaal, en misschien is dat wel tennis.
Kortom, ik heb nog veel te leren.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.






