Adrian Mannarino heeft Flavio Cobolli, zevende van de wereld, verslagen in Shanghai. Op zijn 38e. Zijn eerste top 10-zege van het seizoen. En daarna vertelt hij aan L’Équipe dat minder maar beter trainen onzin is, in een woord dat kleurrijker is dan dat van mij.
Ik las dat in de bubbel, op mijn handdoek, terwijl mijn gehuurde uur wegtikte. En ik voelde me aangesproken. Want „minder, maar kwalitatiever” is exact mijn programma. Op dinsdagavond kom ik aan, terrein 4 is bezet, dus doe ik aan kwaliteit langs de kant. Intenties. Schema’s. Zonder bal.
Hij zegt: „Zodra ik iets minder intensiteit leg in de training, fysiek of zelfs in mijn hoofd, (…) voel ik het meteen: de resultaten zijn veel slechter.” Dat is technisch gezien mijn diagnose van vorige zondag. Alleen gaf ik toen de schuld aan de bespanning.
Hij heeft het ook over competitief blijven „tegen gasten van 20”. In de interclub is dat net zo, de mensen beseffen dat niet. Het niveau is enorm gestegen. Zondag zette men me tegenover een meisje dat de ballen sloeg alsof ze de bubbel zelf had betaald.
Hij verloor zondag in de derde ronde van Karen Khachanov. Het gebeurt. Ik verloor zondag ook. We verloren op dezelfde dag, en dat schept een band.
Céline, hij wint van de zevende van de wereld. Jij, tegen dat meisje, dat was toch niet helemaal dezelfde week.
Ik onthoud zijn methode. Evenveel uren als vroeger, met kwaliteit erin. Ik heb het uitgerekend: om evenveel te doen als vroeger, zou ik eerst iets moeten gedaan hebben. Dus dinsdag doe ik het dubbele. Als terrein 4 vrij is. Op twee trainingen na, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.







