Davidovich Fokina klopte Zverev met 5-7, 6-4, 6-3 in de halve finale in Shanghai. De eerste set verliezen, terugkomen, de derde set op fysiek winnen: die wedstrijd ken ik. Ik speel hem om de week op zondag, om tien uur, op terrein 4.
Hij zei: „Ik wist dat als ik de hele wedstrijd in de match bleef, ik minstens één kans zou krijgen, en die heb ik in de tweede set gegrepen.” Dat is mijn spelplan, woord voor woord. In de match blijven. Op de kans wachten. Het verschil: in de tweede set komt mijn kans ook, maar dan trilt mijn gsm in mijn tas.
Daarna: „In de derde set denk ik dat ik fysiek beter was dan hij.” Dat is management. Mijn fysiek in de derde set bouw ik op in de kantine, met het bakje friet van de week ervoor. Voor het herstel.
De vroege break in de derde set gaf hem „veel energie”, zei hij. Heldere intenties, comfortzone terug. Dat schema, dat maak ik. Niet altijd, maar ik maak het. Het probleem is dat aan de overkant geen Zverev staat, maar een mevrouw uit Waver die niets mist en nooit loopt.
Hij is 26e. Zverev was reekshoofd nummer 1 en 2e op de ATP-ranglijst. Mensen zullen zeggen dat het verschil groot was. Het niveau op het circuit is enorm gestegen, de mensen beseffen dat niet. Tussen een 26e en een 2e zit maar één goede derde set. Tussen hem en mij: op twee trainingen na, hè.
Hij nam vroeg een break en hij zegt dat dat energie geeft. Mijn tante zei hetzelfde over het koffietje van elf uur. De koffie hield tenminste geen persconferentie.
Hij speelt zondag zijn tweede finale in een Masters 1000, tegen Medvedev of Jódar, en komt daarna naar de European Open in Brussel. Ik ga geen plaats innemen. Mijn seizoen begint pas echt in mei.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sudinfo · Tennis.






