Domme vraag, maar hoe snijd je een talent in tien? Ik las het interview met Arthur Fils in de trein van 7.32 uur, tussen Ottignies en Brussel, en ik heb nergens anders meer aan gedacht.
Arthur Fils is 22, tiende op de wereldranglijst, hij won in augustus het Masters 1000 van Cincinnati en hij is deze week de blikvanger van de European Open. Men vroeg hem of hij na zijn carrière actieacteur wil worden. Over Jean-Claude Van Damme zei hij: „Als ik ooit een tiende van zijn talent kan hebben, neem ik dat.”
Tiende van de wereld, een tiende talent. Eerst dacht ik dat het verband hield. Dat nummer 1 al het talent wilde, nummer 2 de helft, enzovoort. Ik maakte de tabel in mijn notitieboekje. Het klopt niet: de honderdste zou genoegen nemen met een honderdste, en niemand maakt carrière met een honderdste spagaat.
Hij zei ook: „Ik ben voor niemand bang op een court.” Dat is een zin uit een actiefilm, toch? Ik las hem luidop voor in de wagon. Een mevrouw is van plaats veranderd.
De rest heb ik netjes genoteerd. Het is de eerste keer dat hij in de running is voor het Masters, en zijn seizoen is hoe dan ook geslaagd. Drie jaar geleden verloor hij de finale van de European Open. Bij de U14 verloor hij van Blockx, op een jeugdtoernooi in België. Hij voelt geen druk om de volgende Fransman te zijn die een Grand Slam wint na Yannick Noah in 1983. En David Goffin is voor hem een „immense kampioen” en een „legende”.
Een tiende talent, dat is wat me ontbreekt om C30.3 te halen. Op twee trainingen na, hè.
Ik vroeg aan de redactie hoe je talent meet in het tennis. Men zei me: aan de hand van de ranglijst. En in de film? Stilte. Ik heb het nagekeken, en eigenlijk weet niemand het.
Kortom, ik heb nog veel te leren.
Het klopt, we hebben het nagekeken: DH Les Sports+.







