Arthur Rinderknech verloor met 6-2, 7-5 van Liam Draxl. Na de match zei hij: « Ik verwachtte dit niet meteen, dit is niet wat ik had gehoord of begrepen… » En daar stopte hij.
Domme vraag, maar: gehoord waar? Ik heb die zin vier keer herlezen in de trein van 7.32 uur. Een profspeler komt dus aan een match met informatie over iemand die hij niet per se heeft zien spelen, en die informatie heeft iemand hem gegeven. Die iemand zoek ik.
Ik heb het op de redactie gevraagd. Antwoord: de kleedkamer. Ik vroeg wie in de kleedkamer. Antwoord: de mensen. Ik vroeg of die mensen zich soms vergissen. Toen kreeg ik een koffie aangeboden.
Wat me verbaast: niemand om me heen vindt dat vreemd. L’Équipe schrijft dat Rinderknech verrast leek door het spel van zijn tegenstander. Dat begrijp ik heel goed. Ik zou ook verrast zijn als men mij iemand beschrijft en die persoon doet iets anders.
Op mijn kot, als ze me zeggen dat een film goed is en hij is het niet, weet ik bij wie ik moet terugkomen. Hier stopt de zin bij « gehoord of begrepen », en we zullen nooit weten wie gehoord heeft, noch wie verkeerd begrepen heeft. Ik heb het nagekeken: dat is gewoon aanvaard. Kortom, ik heb nog veel te leren.
Het is heel simpel: informatie, die controleer je zelf. Negentig procent van de slechte verrassingen komt daarvandaan, en dan ben ik nog vriendelijk.
Rinderknech wilde er niet verder op ingaan. De score wel: 6-2, 7-5.
Het klopt, we hebben het nagekeken: L'Équipe.




