Blog

  • Zo ga je te werk als je als appartementseigenaar een eigen verwarmingssysteem wil…

    In heel wat appartementsgebouwen wordt gewerkt met een gemeenschappelijk verwarmingssysteem (bv. een mazout- of gasketel). Moet je nog mee betalen in de kosten van onderhoud en herstelling van dat systeem als je kiest voor een ‘eigen’ verwarming?

    e24

    Stel : je wil je appartement voortaan verwarmen met elektrische toestellen veeleer dan nog gebruik te maken van het gemeenschappelijk verwarmingssysteem in het gebouw. Kan de syndicus de kosten van dat gezamenlijk systeem nog (deels) door jou laten betalen?

    De statuten tellen

    In de statuten van het gebouw wordt aangegeven wie hoeveel bijdraagt in de kosten van de gemene delen van het gebouw.  Is er sprake van een gemeenschappelijk verwarmingssysteem, dan worden de kosten van het onderhoud en de eventuele herstellingen veelal verdeeld volgens de verdeelsleutel die in de statuten is voorzien. De kosten van verbruik worden dan weer veelal verdeeld volgens het werkelijk verbruik van iedere kavel.

    Eigen systeem

    Plaats je een eigen verwarmingssysteem en gebruik je het gemeenschappelijke systeem niet meer dan zal je wellicht geen verbruikskosten meer moeten betalen.  Voor de kosten van onderhoud en herstelling van het gezamenlijke systeem blijf je in principe wel nog instaan ook al maak je er geen gebruik meer van.

    Hoe oplossen?

    Je kan aan de algemene vergadering van mede-eigenaars vragen om de statuten en de daarin voorziene verdeling van de kosten aan te passen en te bepalen dat wie geen gebruik maakt van het gezamenlijke verwarmingssysteem niet meer in de kosten moet bijdragen.  Vraag aan de syndicus om dit punt op de agenda van de algemene vergadering te zetten.  Weet dat een 4/5 meerderheid binnen de vergadering akkoord zal moeten gaan met je voorstel.  Is dat niet het geval dan kan je de beslissing van de algemene vergadering eventueel aanvechten bij de vrederechter.

     

    Jan Roodhooft, advocaat (www.advocatenroodhooft.be)

  • Kook niet met warm water!

    Vul je je pot ook al met warm water van de kraan als je pasta kookt? We raden het je af!

    Of het nu om te drinken of om te koken is, het is beter om koud water te gebruiken. Warm water bevordert namelijk de ontbinding en heeft zo een hoger risico om stukjes giftig metaal te bevatten. We denken dan vooral aan lood, vooral in oude huizen. Bovendien zit warm water vaak enkele uren vast in je boiler en in je leidingen, waardoor de kans nog groter is dat er besmettelijke deeltjes in zitten.

    Wat dan?

    Koud water gebruiken en dat opwarmen tot het kookpunt. Als je water van 60° nodig hebt, bijvoorbeeld, raden we je aan om het water eerst te laten koken en daarna te laten afkoelen tot de gewenste temperatuur. Je vermindt zo het risico op besmetting aanzienlijk.

     

  • Zo kan je het onroerend goed van je demente ouder (laten) verkopen

    Je vader of moeder die dement is, is eigenaar van een onroerend goed dat leeg staat. Samen met je broers en/of zussen zou je het pand willen verkopen. Is dat wel mogelijk? Hoe ga je daarbij precies te werk?

    Wilsbekwaamheid nodig

    Als de eigenaar van een onroerend goed dement is, kan die het pand niet zo maar zelf verkopen. Om een geldige verkoopovereenkomst te kunnen sluiten moeten de koper en de verkoper nu eenmaal beiden wilsbekwaam zijn.  Zelfs als alle kinderen het eens zijn kunnen ook zij het onroerend goed niet verkopen. Zij zijn nu eenmaal niet de (enige) eigenaar van het pand.

    Zorgvolmacht

    Heeft je ouder voor deze wilsonbekwaam werd aan iemand (bv. aan één van de kinderen) een zorgvolmacht gegeven, dan kan daarin aangegeven zijn dat diegene die de volmacht kreeg kan overgaan tot de verkoop van onroerende goederen.  Is dat het geval dan kan de gevolmachtigde de verkoop regelen.

    Bewindvoerder

    Is er geen zorgvolmacht opgesteld dan zal je, als je tot de verkoop wil laten overgaan, aan de vrederechter moeten vragen om een bewindvoerder aan te stellen. Als kind kan je een dergelijk verzoekschrift indienen (al dan niet via een advocaat).

    De vrederechter kan daarbij bijvoorbeeld een familielid of een advocaat of accountant aanstellen als bewindvoerder.  Om tot een verkoop van een onroerend goed te kunnen overgaan zal de bewindvoerder een machtiging moeten vragen van de vrederechter.

     

    Jan Roodhooft, advocaat (www.advocatenroodhooft.be)

  • 5 meest gemaakte fouten bij het indelen van je woning

    Ga je aan het verbouwen? Dan sta je maar beter even stil bij de indeling van je woning. Vaak resulteren ondoordachte verbouwingen in slecht ingedeelde en krappe ruimtes. Wij geven je alvast 5 veelvoorkomende fouten mee. Probeer ze te voorkomen en geniet optimaal na de verbouwingen.

    Fout 1 l Je wensen zijn niet helder

    Zonder te weten wat je wil is een geslaagde verbouwing moeilijk. Zorg dat je je huis al volledig hebt ingedeeld op papier voor je aan de slag gaat. Zo voorkom je dure flaters en een resultaat waar je niet 100% tevreden over bent.

    Fout 2 l Je kent de afmetingen niet

    Zonder dat je de exacte afmetingen van de ruimtes kent is verbouwen moeilijk. Pas als je exact weet hoe groot je ruimtes zijn, kun je er het optimale uithalen. Vaak zullen vakmannen hier sowieso naar vragen.

    Fout 3 l De woonruimtes zijn niet in verhouding

    De verschillende ruimtes dienen in balans te zijn qua oppervlakte om er het beste gevoel aan over te houden. Zorg daarom voor een evenwicht bij de nieuwe inrichting. Een enorme living gecombineerd met een piepkleine keuken voelen zelden goed aan. Goed op elkaar afgestemde ruimtes met de juiste afmetingen en plafondhoogtes voelen aangenaam aan.

    Fout 4 l Geen lijn in de plattegrond

    Een slecht uitgewerkt of ronduit rommelig plan is een garantie op een slechte verbouwing. Rechte wanden en heldere lijnen zorgen voor rust in huis. Een gestructureerde route en logische indeling, daar geniet je jaren van. Overzichtelijke en cleane ruimtes zijn tijdloos en daar geniet je des te meer van na de verbouwing.

    Fout 5 l Open ruimtes in je huis

    Heel wat woningen beschikken over nutteloze ‘lege’ ruimtes. Uiteraard moet niet alles op elkaar gepropt staan, maar aan écht lege ruimtes heb je niets. Het gaat dan voornamelijk om hoekjes en kantjes. Geef ze een nuttige invulling en je haalt veel meer uit de ruimte die je ter beschikking hebt.

     

     

  • 5 zaken die je moet weten over het geven van een recht van bewoning

    Een eigenaar van een onroerend goed wil wel eens een recht van bewoning toekennen aan de partner waar hij feitelijk mee samenleeft. Maar wat houdt dat precies in en wat moet je daar van weten?

    De meeste mensen hebben wel al gehoord van een recht op vruchtgebruik. Het recht van bewoning is integendeel over het algemeen minder bekend. Maar wat is dat juist?

    Wat is het?

    Een recht van bewoning geeft aan diegene die dat krijgt het recht om het onroerend goed waar het recht op slaat te bewonen. Hij mag dat doen samen met zijn of haar gezin. Voor dit bewoningsrecht moet ook geen vergoeding worden betaald, tenzij dit anders wordt overeengekomen.  Het recht van bewoning gaat daarbij wel minder ver dan een vruchtgebruik. Zo mag wie een bewoningsrecht krijgt dat pand niet zomaar verhuren en er de huurinkomsten van opstrijken. Het bewoningsrecht is ook persoonlijk wat betekent dat het niet mag worden verkocht of worden overgedragen aan iemand anders.

    Het bewoningsrecht is bv. een geschikt instrument om een samenwoner die eigenaar is van een onroerend goed toe te laten zijn partner verder in dat goed te laten wonen nadat hij zelf is overleden. Het kan bv. ook nuttig zijn in het geval ouders hun onroerend goed willen overdragen aan hun kinderen maar zij nog tot hun overlijden willen blijven wonen in het pand.

    Hoe lang duurt het?

    Diegene die het bewoningsrecht geeft kan vrij beslissen voor hoelang het bewoningsrecht wordt toegekend. Dit kan gegeven worden voor zolang diegene die het recht krijgt leeft of voor een kortere periode. Zo is het bijvoorbeeld ook mogelijk dit maximaal voor vijf of tien jaar of nog voor een andere termijn toe te kennen.

    Wat zijn de rechten en plichten?

    Bij het begin van het recht van bewoning moet er in principe een staat van het onroerend goed worden opgesteld. Bovendien kan worden geëist dat de titularis van het recht een vorm van zekerheid geeft. Diegene die het bewoningsrecht krijgt moet het onroerend goed effectief bewonen en het onderhouden als een goed huisvader.

    De titularis van het recht van bewoning staat in voor dezelfde uitgaven als degene die de vruchtgebruiker moet dragen. Zo moet hij de kosten wegens onderhoud en slijtage betalen, alsook de kosten van verwarming, elektriciteit en water. De eigenaar staat op zijn beurt in voor de grote herstellingen aan het onroerend goed.

    Bij het einde van het bewoningsrecht moet de titularis van dat recht het onroerend goed teruggeven in dezelfde staat als waarin hij het ontving, rekening houdend met het normale gebruik en de slijtage. Diegene die het recht van bewoning had kan in principe geen vergoeding vorderen voor eventuele verbeteringswerken.

    Hoe vestig  je het?

    Je kan het recht van bewoning vooreerst via een overeenkomst toekennen. Omdat het recht van bewoning een zakelijk recht is moet deze overeenkomst wel worden opgemaakt bij een notaris. Daarnaast (en dat gebeurt veelal) kan het recht van bewoning ook via testament toegekend worden. De eigenaar van het onroerend goed kan dus een testament opmaken waarin hij aangeeft dat zijn samenwonende partner het recht krijgt om zijn eigendom na zijn overlijden (kosteloos) te blijven bewonen. Wil je zo’n testament opmaken dan doe je –om vergissingen in bewoordingen te vermijden- dat het beste ook via een notaris.

    Weet overigens dat er naast een zakelijk bewoningsrecht ook een persoonlijk bewoningsrecht kan worden toegekend. Dat geeft de titularis ervan iets minder bescherming. De notaris kan je helpen om te kiezen voor de voor jou beste formule.

    Kunnen de erfgenamen het in vraag stellen?

    In principe kunnen de erfgenamen dit recht van bewoning niet zo maar in vraag stellen. Een uitzondering op die regel bestaat als de waarde van het bewoningsrecht een inbreuk zou maken op de reservataire rechten van bepaalde erfgenamen. Zo zal er rekening moeten worden gehouden met de rechten van de afstammelingen van diegene die het recht van bewoning toekent. Vanaf september 2018 bedraagt deze reserve ½ van de nalatenschap.

  • Moet de verkoper het huis proper achterlaten?

    Je koopt een huis of appartement dat niet meer bewoond is. In het huis bevindt zich alleen nog een hoop rommel. Kan je dan van de verkopers verwachten dat ze de woning tegen het verlijden van de notariële akte proper’maken? Hoe ga je daarbij te werk?

    Als je een huis of appartement koopt uit een erfenis of een echtscheiding gebeurt het maar al te vaak dat daar op het moment dat je het bezichtigt nog een hoop rommel staat. Kan je eisen dat de verkopers die alsnog verwijderen?

    Maak goede afspraken

    Je kan discussies op dit vlak vermijden door in de compromis hieromtrent een regeling te treffen. Meer bepaald kan je daarin opnemen dat de verkoper zich ertoe verbindt het onroerend goed leeg en opgekuist te leveren. Je kan meteen een welbepaald bedrag als schadevergoeding afspreken dat de verkoper je moet betalen als hij zich niet aan deze verplichting houdt.

    En anders?

    Als er niets in de compromis staat over het leegmaken en opruimen van de woning, riskeer je als koper aan het kortste eind te trekken. De verkoper moet dan allicht niet opruimen en de rommel ook niet uit het door jou gekochte pand verwijderen. In de meeste koopovereenkomsten staat nu eenmaal een bepaling dat het onroerend goed wordt verkocht in de staat waarin het zich bevindt. Staat een dergelijke bepaling in de compromis, dan ben je akkoord gegaan om te kopen met … de rommel erbij.

    Onderhandel een korting

    Het gebeurt maar al te vaak dat erfgenamen of mede-eigenaars die uiteengaan elkaar niets gunnen en voor elkaar niets willen doen. Je zou daarvan gebruik kunnen maken om te zeggen dat jij de woonst of het appartement wel zal opruimen mits er nog iets van de prijs afgaat…

     

    Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

  • Op deze manieren herken je een draagmuur in je woning

    Je woning telt ongetwijfeld heel wat muren, maar hoe herken je nu de draagmuren? Als je er wil gaan uitbreken is het belangrijk om te weten, welke je zonder problemen kan verwijderen en welke niet. Wij geven je alvast mee hoe je kan herkennen welke muren essentieel zijn en welke je kan slopen.

    load-bearing wall
    Een draagmuur is een onmisbaar onderdeel van je woning. Deze muren zorgen voor een ondersteuning van een trap of de draagvloeren van de verdieping erboven. Heel vaak zijn gevels en buitenmuren ook dragend. Als er delen aan het huis zijn bijgebouwd kunnen buitenmuren, binnenmuren zijn geworden, dus let daar op.

    Bekijk de bouwtekeningen

    Omdat een dragende muur herkennen redelijk complex kan zijn, kan je het best de bouwtekeningen bekijken. Hierop vind je alle informatie over de muren en zo haal je de draagmuren er onmiddellijk uit. Kom je er niet uit, dan kan een vakman een oplossing bieden.

    Zonder de bouwtekening te raadplegen kan je een draagmuur ook vaak herkennen aan een aantal eigenschappen. Deze muur bestaat uit sterke materialen als kalk- of baksteen. Een dragende functie kost immers kracht en daar heb je het juiste materiaal voor nodig. Verder zijn de muren ook vaak dikker dan twintig centimeter. Wil je honderd procent zeker zijn, dan komen we terug op het feit dat je er het best de bouwtekeningen bijneemt. Heb je deze niet, weet dan dat je deze meestal wel kan opvragen bij de gemeente.

    Draagbalken

    Naast de muren zijn er ook nog draagbalken. Zij dragen meestal een groot gedeelte van het gewicht. De muren waarop of waartegen de balk ligt, kun je niet weghalen. Kan je de draagbalken zijn dan kan je dit beter inschatten, dan wanneer ze onzichtbaar zijn weggewerkt. Verder zijn er ook nog vloerbalken. Hier geldt de regel: staat de muur haaks op de vloerbalken of eindigen ze in de muur, dan heb je waarschijnlijk te maken met een dragende muur.

    Kijk naar de fundamenten

    Een dragende muur kan je verder ook herkennen aan de constructie erboven. Zie je een muur, een kamer of een andere zware constructie erbovenop, dan heb je meestal te maken met een draagmuur. Ook de kruipruimte kan meer info verschaffen. Een muur zonder bijkomende fundament is meestal geen draagmuur.

    Raadpleeg tijdig een professional

    Wil je toch met draagmuren aan de slag gaan en deze gaan uitbreken, schakel dan altijd de hulp in van een professional. De nodige voorbereidingen zijn essentieel. Ook bij een nieuwbouw raadpleeg je maar beter je architect over het feit hoeveel gewicht je draagmuren aankunnen. Weet trouwens dat alle veranderingen betreffende de stabiliteit van je woning gemeld dienen te worden.

  • Kan je beter verhuren met of zonder meubels?

    Ben je eigenaar van een pand en wil je dat verhuren? Dan vraag je je misschien af of het eerder aan te raden is om het te verhuren met of eerder zonder meubels. We overlopen alle mogelijkheden!

    Sidekix Media

    Over het algemeen wordt het verhuren van een appartement of huis met meubels als winstgevender beschouwd dan het verhuren van een pand zonder inboedel. Dat komt omdat je als verhuurder een hogere huur kan vragen. Maar opgelet, bij een bemeubeld pand kan het rendement in sommige gevallen onder druk komen te staan door een hoger verloop van huurders, wat gepaard gaat met duurder onderhoud.

    Rentabiliteit: met of zonder meubels?

    Het klopt dat, op het eerste gezicht, het verhuren van een onbemeubeld pand minder winstgevend is. Het biedt echter meer zekerheid wat betreft het innen van de huur. Waarom? Simpelweg omdat het verloop van huurders lager ligt. Dit helpt om de beheers- en onderhoudskosten te verlagen.

    Gemeubelde huurwoningen zijn dan weer riskanter, omdat ze vaak een korter huurcontract hebben. Dit betekent dat er vaker wissels van huurders zijn, waardoor de bijbehorende kosten stijgen. Die kunnen echter worden gecompenseerd door een hogere huur.

    Onbemeubeld, meer sereniteit

    Bij ‘leeg’ verhuren brengt de huurder zijn eigen meubels mee. Logischerwijs zal de huurder daarom geneigd zijn langer in de woning te blijven, vooral omdat het huurcontract over meerdere jaren wordt gespreid, terwijl bemeubelde woningen uitgaan van huurcontracten van enkele maanden, met een verhoogd risico op leegstand. Met andere woorden, voor onbemeubelde woningen zijn de omzetrisico’s beperkter en wordt de huur met meer regelmaat door de eigenaar geïnd. De rentabiliteit is daardoor stabieler. Tenslotte zal de huurder, met zijn eigen meubels, meer geneigd zijn om zich de woning eigen te maken. Hij zal er dus beter voor zorgen, waardoor de onderhoudskosten dalen.

    Anderzijds zullen eigenaars van bemeubelde woningen je vertellen dat het risico op schade in dit geval groter is. Er kan schade ontstaan aan het appartement of huis en aan de meubels en apparatuur. Het aantal herstellingen tussen twee huurcontracten zal dus groter zijn en vaak duurder.

    Wat moet je dus kiezen?

    Leeg of bemeubeld verhuren? Zoals we zojuist hebben gezien, is rentabiliteit slechts één van de punten waarmee rekening moet worden gehouden bij de beslissing om bemeubeld of onbemeubeld te verhuren. Het laatste systeem wordt meestal gekozen voor kleine of middelgrote woningen die bedoeld zijn om huurders voor kortere tijd te huisvesten (expats met een contract voor bepaalde tijd, studenten, enz.). De huuropbrengst zal hoger zijn, maar er is altijd een risico van verval, dat vaker voorkomt bij gemeubileerde woningen. Bij onbemeubelde woningen zal er minder regelmatig verloop zijn, lagere onderhoudskosten, lagere uitrustingskosten en een beperkter risico op leegstand.

    Hou rekening met al deze parameters en voer enkele simulaties uit op basis van realistische scenario’s voordat je een beslissing neemt!

  • Zijn je ramen energiezuinig? Op deze manier kom je dat eenvoudig te weten!

    De energieprestatie van een gebouw is het resultaat van een optimale isolatie. En dat gaat gepaard met performante ramen die een bondgenoot kunnen zijn in de strijd tegen thermische verliezen.

    Eén van de basisprincipes van een goed geïsoleerd gebouw is dat het ook moet kunnen genieten van zoveel mogelijk gratis energie, zoals de warmte die de zon afgeeft. Bij een slechte isolatie zal de warmte ontsnappen via de wanden van het gebouw, te beginnen met de beglazing. Deze verliezen worden uitgedrukt in een cijfer dat de U-waarde genoemd wordt.

    Voor enkele beglazing is dit ongeveer 6 W/m2K, voor oude dubbele beglazing ongeveer 3 W/m2K, voor nieuwe dubbele beglazing ongeveer 1,0 tot 1,1 W/m2K en tenslotte voor driedubbele beglazing tot 0,5 W/m2K.

    Driedubbele beglazing is daarom 12 keer beter isolerend dan de enkele beglazing die in de vorige eeuw gebruikelijk was. Het is daarom sterk aan te raden om beglazing te plaatsen met een zo laag mogelijke U-waarde.

    De zon, een gratis radiator

    Hoewel ramen en hun beglazing een bepaalde hoeveelheid warmte naar buiten laten ontsnappen, laten ze ook een deel van de door de zon opgewekte warmte binnen. Het vermogen van het raam om deze gratis warmte in een gebouw toe te laten wordt uitgedrukt in een G-factor. Hoe hoger de G-factor, hoe gemakkelijker de warmte het gebouw binnenkomt.

    Door de U-waarde te combineren met de G-factor voor de zon is het mogelijk om te bepalen welke ramen het meest efficiënt zijn, met andere woorden ramen die het minste warmteverlies hebben en tegelijkertijd de maximale hoeveelheid door de zon afgegeven warmte opslaan. Dit is geen eenvoudige vergelijking, want de meest isolerende ramen (met een lage U-waarde) laten over het algemeen weinig zonnewarmte door (door een lage G-factor). Daarnaast is deze deze redenering natuurlijk vooral van toepassing in de winter, maar is dat veel minder het geval in de zomer. Dan moet er immers niet teveel warmte in huis binnenkomen, om zo oververhitting te vermijden, wat de installatie van een energie-intensief systeem als airconditioning nodig zou maken…

    Alles is een kwestie van evenwicht

    Een efficiënt raam is daarom in de eerste plaats een raam dat het juiste evenwicht weet te bieden tussen warmteverlies en zonnewarmtewinst. Je moet bij je keuze ook rekening houden met de oriëntatie van het raam en de grootte ervan. Als je de isolatie van het hele huis wil optimaliseren, moet de beglazing van de verschillende gevels niet overal identiek zijn om in de winter zoveel mogelijk warmte binnen te laten, zonder in de zomer oververhitting te veroorzaken.

    Dit zijn cruciale keuzes, vooral bij de planning van een nieuw project, en we raden je aan ze te maken met de hulp van een architect of een EPB-deskundige. Akoestiek en veiligheid zijn ook belangrijke overwegingen. Kortom, het kiezen van ramen is niet iets om licht over te gaan, want het kan je energierekening voor meerdere decennia beïnvloeden!

  • Mila: “Een hoofdeinde herinneringen op vast te prikken!”

    Ik heb een schitterend decoratie-idee uitgeprobeerd in de kamer van mijn dochter. Ze wilde een origineel hoofdeinde voor haar bed. En aangezien ze wel vaker van die ideeën heeft, zoek ik altijd oplossingen die wel chic zijn, maar niet duur.

     

    Voir cette publication sur Instagram

     

    Une publication partagée par A casinha de boas (@acasinhadeboas)

    Ik heb online ronde onderzetters van kurk besteld. Met een grote diameter. Het idee? Zeshoeken uittekenen en uitknippen om een geheel van geometrische vormen te bouwen die ik dan op de muur achter haar bed kan kleven.

    Alleen een winkelhaak heb je nodig om gemakkelijk de 6 driehoeken die de zeshoek vormen uit te tekenen. Je hoeft alleen maar de diagonalen te verbinden om de driehoeken te maken. En hop! Met een cutter en een lat snij je de kleine onnodige rondingen aan de randen van de kurken cirkel weg.

    Aan jou om te beslissen of je de kurken zeshoeken wel of niet een kleurtje geeft. Wij schilderden ze in verschillende kleuren. Je kan ook alleen de randen schilderen voor een subtieler resultaat.

    Haal je lijmpistool boven en legt de zeshoeken naast elkaar, te beginnen bij de plint. Ik lijmde een eerste rij van 10 uitgesneden onderleggers, waarbij ik één kant direct tegen de plint plaatste. Zorg ervoor dat je tussen elk stuk een centimeter laat.

    Daarna kan het spel van de opbouw beginnen!

    Je legt het ene stukje na het andere, als een soort puzzel op de muur. Ik ging enkele rijen hoger dan de hoogte van het bed: het was de bedoeling dat het hoofdeinde goed zichtbaar zou zijn. Voor de laatste rij heb ik me wat laten gaan. Ik liet de laatste vier zeshoeken ‘wegvliegen’, telkens een beetje hoger. Op die manier ziet het er wat minder streng uit.

    Voilà! Een hoofdeinde voor een appel en een ei, zelfgemaakt en waarbij mijn dochter al haar post-its, foto’s en liefdesbriefjes in de zachte kurk kan prikken.