Stefanos Tsitsipas heeft maandag in Shanghai Taylor Fritz, nummer 12 van de wereld, verslagen met 3-6, 7-5, 6-3. Hij stond een set achter. Hij staat in de achtste finales. Tot hier volg ik.
Daarna zei hij op de persconferentie: „Ik ben ontzettend blij dat ik me mentaal heb kunnen inzetten in die paar punten en toen mijn servicegame heb kunnen winnen.”
Domme vraag, maar waar zat hij mentaal tijdens de andere? Ik bedoel het niet kwaad. Ik heb die zin twee keer herlezen in de trein van 7u32, tussen Ottignies en Brussel. Hij heeft het over enkele punten tegen het einde van de match. Een match in drie sets, dat zijn veel punten. Hij heeft er een paar uitgekozen. Zoals je pistolets kiest bij de bakker, denk ik: die, die, en niet die in het midden.
Ik wilde weten welke. Ik heb de redactie gevraagd of er een officiële lijst bestaat van de punten waarin een speler zich inzet. Ze keken me lang aan. Mijn onderzoek loopt nog.
Hij zei ook dat hij wist dat hij veel moeilijkheden zou krijgen, vooral op service. Hij wist het dus op voorhand. En hij heeft toch gewonnen. Als ik op voorhand weet dat een examen moeilijk wordt, praat ik achteraf niet over een sterke boodschap. Hij wel: „Dat is een sterke boodschap”, zei hij. Een boodschap aan wie? Via welk kanaal? Men zegt me dat het traditie is bij persconferenties, oké, maar wat dan nog?
De belangrijke punten, Maxime, zijn de punten waarop je niet naar je GSM kijkt. Ik maak er ook een paar per set.
Genoteerd. Voordien had hij volgens We Love Tennis ook Arthur Fils en Jiri Lehecka verslagen op de US Open. Ik ga uitzoeken hoeveel punten hij daar had gekozen. Kortom, ik heb nog veel te leren.
Het klopt, we hebben het nagekeken: We Love Tennis.





